Het Natuurhulpcentrum in Oudsbergen, het bekende opvangcentrum voor inheemse wilde dieren en exotische soorten, is uitgebreid met een nieuwbouw. Het nieuwe complex combineert ontvangstruimten, verblijven voor stagiairs, een winkel en aangepaste binnen- en buitenkooien voor exoten in één overzichtelijk en gebruiksvriendelijk gebouw van meer dan 1000 vierkante meter. Voor dit project hebben het Natuurhulpcentrum, bouwbedrijf Mathieu Gijbels en PCp Architects de krachten gebundeld.
De nieuwbouw is opgetrokken op het terrein van de voormalige technische dienst van de gemeente Opglabbeek. “Ons grootste uitbreidingsproject ooit”, zegt Sil Janssen, oprichter van het Natuurhulpcentrum. “Het gebouw fungeert ook als nieuwe ingang. Wie gewonde dieren binnenbrengt, mag dus voortaan langs de hoofdingang naar binnen.”
“Door zijn vormgeving en inhoud tracht de uitbreiding van het bestaande complex inspirerend én helder te zijn voor bezoekers en passanten”, schetst Peter Cornoedus, architect-bestuurder bij PCp Architects. “Op het gelijkvloers komt de routing in het gebouw tot uiting door een lange transparante plint of gevel onder een luifel met houten arcade die georiënteerd is naar de voorliggende weg, de Industrieweg Zuid. Het nieuwe onthaalgebouw bestaat uit publiek toegankelijke functies met een educatieve en informatieve waarde: een centraal onthaal, winkelruimte en grote polyvalente ruimte die langs twee zijden kan worden binnengegaan.”
“Als trouwe bouwpartner van het Natuurhulpcentrum hebben wij de realisatie volledig begeleid, van vergunning tot eindoplevering”, klinkt het bij Mathieu Gijbels. “Dankzij onze hands-on aanpak konden we ingaan op specifieke noden zoals staging van studenten, vlotte doorgang van dierenzorg en toekomstgerichte uitbreidingsmogelijkheden.” De bouwwerken zijn door Mathieu Gijbels uitgevoerd in een ‘totale aanneming’. “Dit is de optimale afstemming tussen ruwbouw, afwerking en technieken. Het hele project is gerealiseerd volgens de bouwteamformule. Dit bewerkstelligt een nauwe samenwerking tussen klant, architect en aannemer inclusief onderaannemers. Korte communicatielijnen, transparantie en op elk moment zicht hebben op de totale kostprijs van het project zijn eigen aan deze aanpak. Op die manier kunnen onderbouwde keuzes worden gemaakt inzake materiaalgebruik, kwaliteit en esthetiek binnen het project.”
Qua materialen is geopteerd voor een staalstructuur met grote overspanningen. “Een duurzame en toekomstgericht structuur waarbinnen makkelijk invullingswijzigingen zijn te realiseren met een beperkte aanpassingskost voor de ruwbouwonderdelen”, aldus Mathieu Gijbels. “De wanden zijn betonpanelen die ‘robuustheid’ uitstralen. Het aluminium schrijnwerk voor de functionele ruimtes en het houten schrijnwerk afgeschermd door de luifel hebben een lange levensduur. Voor de afwerking is gebruikgemaakt van Polyurea, een sneldrogende coating die wordt ingezet als naadloze bekleding en afdichting en die eenvoudig is aan te brengen en te onderhouden in dierenverblijven.”
Het nieuwe complex is uitgerust met milieuvriendelijke technieken. Peter Cornoedus: “Op technisch vlak hebben we het hele gebouw futureproof gemaakt. Er is een duurzame geothermische verwarmingsinstallatie toegepast, eveneens met het oog op toekomstige uitbreidingen.” Voor de realisatie van de architectuur en de inrichting werd er samengewerkt met lokale ondernemers. “Deze industriebouw is aangekleed met natuurlijk ogend materiaal zoals houten Accoya-ramen. Daarnaast spelen het groene karakter en het hergebruik van regenwater een belangrijke rol.”
Het Natuurhulpcentrum ontvangt regelmatig stagiaires die voltijds meedraaien in de dagelijkse werking. Vaak gaat het om buitenlandse studenten die voor een periode van enkele weken tot maanden eveneens nood hebben aan huisvesting. Met de nieuwbouw reikt het centrum hiervoor een kwalitatieve en duurzame oplossing aan. “In het nieuwe gebouw is een apart gedeelte ingericht met studentenverblijven, compleet met zithoek en keuken”, licht Sil Janssen toe. “Onze stagiaires leveren een volwaardige bijdrage aan de werking. Het is dan ook logisch dat we voor hen een comfortabel en goed uitgerust verblijf voorzien. Bovendien versterken de juiste faciliteiten onze aantrekkingskracht voor meer studierichtingen en samenwerkingen.”
“Ik ben bijzonder trots op het resultaat, zeker omdat het traject allesbehalve eenvoudig is geweest”, vertelt Sil Janssen. “De coronapandemie zorgde voor vertragingen en de oorlog in Oekraïne had een aanzienlijke impact op de bouwkosten.” Er moest dan ook flink wat geld op tafel komen om de nieuwbouw te realiseren. “Dankzij gulle donaties en erfenissen die we mochten ontvangen konden wij het project toch waarmaken. Daar zijn we bijzonder dankbaar voor.”
Erik Cajot