De druk op de Europese bouwsector om klimaatneutraliteit te bereiken, neemt sneller toe dan ooit. Nieuwe Europese richtlijnen, zoals de herziening van de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) en de invoering van verplichte levenscyclusanalyses (LCA), zetten lidstaten aan om niet enkel energie-efficiënt, maar ook CO₂-neutraal te bouwen. Tegen 2030 moet elk nieuw gebouw in de EU bijna 0-uitstoot realiseren, en tegen 2050 streeft Europa naar een volledig klimaatneutrale gebouwde omgeving. Deze evolutie confronteert architecten, bouwbedrijven en beleidsmakers met fundamentele vragen over materiaalkeuzes, ontwerpstrategieën en de rol van circulair biobased oplossingen in deze transitie. In de prestigieuze gebouwen van gastheer Nelissen Steenfabrieken bracht Limburg Bouwt negen bouwprofessionals samen om over dit thema te praten. Redactie: Vlaanderen verbiedt gas vanaf 2025 in nieuwbouw. Hoe realistisch is dit voor openbare gebouwen of industriële gebouwen? Is er straks voldoende lokale groene stroom? Kan het elektriciteitsnetwerk deze extra vermogens wel aan? Kan iedereen deze extra investeringen betalen? Hoe zien jullie dit evolueren?
Rik Van Com: Wij zijn op dit ogenblik o.a. bezig met het ontwerpen van een datacentrum. Deze hebben veel stroom nodig om de servers draaiende te houden enerzijds maar ook voor koeling van de installatie. Het net kan deze vermogens niet aan en zeker niet met groene stroom. We hebben gerekend aan warmterecuperatie maar hier is dan het rendement zoek. Willen we deze centra in Vlaanderen houden, dan zal de overheid met oplossingen moeten komen. Ook voor de andere industrie en publieke ruimtes zal de nodige elektriciteit er ook niet zijn als we met z'n allen elektrisch gaan verwarmen en rijden. We kunnen vandaag de fossiele brandstof niet één op één vervangen door elektriciteit!
Roeland Mondelaers: Moet de focus niet meer gelegd worden op slim energieverbruik door beter te isoleren en elektrische apparatuur nog efficiënter te maken? Ik ben van mening dat we weer meer moeten gaan kijken naar kernenergie. Dit is volgens mij nog steeds de meest CO2 zuinige manier van elektriciteit maken.
Rik Van Com: Regels zijn opgelegd vanuit politiek ( lokaal en Europees) en de algemene overtuiging dat er iets moet gebeuren rond klimaat maar ze zijn niet getoetst aan de werkelijkheid. Ze zijn niet realistisch.
Bram Nickmans: Naast capaciteit is het e-net niet groot en sterk genoeg om de behoeftige vermogens te distribueren en dit zie ik niet verbeteren op korte termijn. Om aan de behoefte te kunnen voldoen, worden er zonnepanelen gelegd op de daken maar deze energie kan niet het net op omwille van congestie.
Jurgen Vanelderen:
2 jaar geleden hebben we meegerekend aan een nieuwbouwproject van
een fastfoodketen in Nederland. Nadat alle eisen op vlak van
milieubelasting (Stikstof, CO2, water enz.…) gecoverd werden, moesten de
plannen toch worden uitgesteld omdat men geen aansluiting kon krijgen
op het elektriciteitsnet. Het net bleek de aanvraag niet aan te kunnen. Het
toont aan dat dit een globale uitdaging is en niet zozeer in situ
(bouwplaats).
Simon Van Hooreweghe:
Als we vandaag naar de verdeling op het net kijken (wat je kan checken op Elia) dan stellen we vast dat 40% afkomstig is van kernenergie en de rest komt uit fossiele verbranding en groene energie.
Is er meer groene energie beschikbaar (meer wind of zon bijvoorbeeld) dan wordt de kraan aan de fossiele kant dichtgeknepen. Dit kan eenvoudig met gasturbines maar je kan een kernreactor niet even stilleggen natuurlijk.
Wat de congestie van het net betreft zullen we meer en meer moeten focussen op het gebruik van eigen geproduceerde stroom (zonnepanelen). Niet zo eenvoudig natuurlijk want de particulier gaat moeten betalen voor overtollige energie die hij het ‘net’ op wil sturen.
Gunter Vandervoort: Onze uitdagingen zitten eerder in ons productieapparaat dan wel in de baksteen als product. Er zijn alternatieve energiebronnen beschikbaar, maar dit zijn vooralsnog vooral theoretische oplossingen. Voor elk beschikbaar alternatief voor gas zijn er uitdagingen in praktische en financiële haalbaarheid, maar eveneens inzake benodigde vergunningen. Een alternatief voor gas moet vooral ook praktisch en financieel haalbaar zijn, een dergelijke investering kan je niet van vandaag op morgen implementeren. Bijkomend zijn deze investeringen zo ingrijpend dat wij deze beslissingen, eens genomen, niet kunnen terugdraaien of aanpassen aan telkens nieuwe innovaties. Een lange termijn visie is hierin cruciaal, en net daar missen we vandaag een stabiel politiek landschap waarbij men regels niet om de haverklap aanpast. Indien onze elektrische wagen binnen 5 jaar niet langer “de beste optie” blijkt zal deze eenvoudig vervangen kunnen worden door een alternatiee technologie, maar voor een fabriek als de onze kan je niet elke 5 jaar van koers veranderen.
Simon Van Hooreweghe: Gaat de industrie dan moeten investeren in batterijen om tijdens de daluren energie op te nemen en op te slaan voor de momenten van hoog-verbruik op het net?
Jeroen Maesen: De verantwoordelijkheid wordt wel te gemakkelijk doorgeschoven naar de eindgebruiker. De overheid legt nieuwe regels op, de elektriciteitsleveranciers en infrastructuur kunnen niet volgen en de klant, industrie en particulier, moet dan maar batterijen kopen en er ook nog eens zwaar voor betalen.
Rik Van Com: Uit deze gesprekken blijkt nog maar eens dat deze elektrische transitie niet haalbaar is en dat de overheid hieruit snelle lessen moet trekken en haar regelgeving moet aanpassen of op zijn minst een overgangsperiode voorstellen zodat de infrastructuur de nodige aanpassingen kan doen.
Gunter Vandervoort: Er wordt te weinig gekeken naar de economische realiteit. Alles komt vanuit een goed gedachtengoed waar iedereen het mee eens is en waar wij ons allemaal van bewust zijn dat er verandering moet komen. Maar het probleem louter theoretisch benaderen zonder praktische en financieel haalbare oplossingen zal finaal weinig of geen verandering brengen in de praktijk.
Uiteindelijk zal de consument (B2B of B2C) al deze innovaties moeten, kunnen en willen betalen. Wanneer bouwen of renoveren onbetaalbaar dreigt te worden zal de uiteindelijke kwaliteit van onze woningen ook niet verbeteren op termijn.
Of men gaat op zoek naar goedkopere producten buiten Europa, waarbij men de vraag kan stellen of dit dan de juiste keuze is op lange termijn ? Europa dreigt vandaag zijn industrie te verliezen, terwijl men elders in de wereld wel kan en mag produceren binnen de lokale regelgeving.
Redactie: "In de hedendaagse bouwpraktijk winnen duurzaamheidsmethodieken en tools zoals TOTEM, BREEAM, GRO 2025, en V-test® aan belang voor het meten en verbeteren van de milieu- en energieprestaties van gebouwen. Gebaseerd op uw ervaring, maakt u in uw projecten gebruik van dergelijke methodieken? Denkt u dat het gebruik van deze tools binnen afzienbare tijd wettelijk verplicht zal worden? En acht u deze methodieken zinvol en bruikbaar in de praktijk, zowel qua inzicht als uitvoerbaarheid?
Roeland Mondelaers: Als ik me niet vergis gaat TOTEM vooral over de levenscyclus van materialen en samengestelde gebouwen. Een online tool voor de bevordering van circulair bouwen, maar daar zijn we nog lang niet klaar voor.
Jeroen Maesen: Klopt niet helemaal, door in de tool de materialen of bouwwijze te veranderen zie je meteen hoe dit impact heeft op de CO2 footprint van het project.
Het probleem van circulair bouwen ligt zeker niet in het ontwerp maar in de loonkost die bepaalt of er wel of niet gerecycleerd wordt. Heel vroeger werden bouwmaterialen zoals natuursteen, glas, hout enz… vaak hergebruikt in nieuwe projecten omdat nieuwe materialen duurder waren. De productie gebeurde vroeger evengoed manueel zoals het hergebruiken van oude bouwmaterialen.
In de loonkost was dus geen winst te vinden. Vandaag is dit anders, door geautomatiseerde productieprocessen zijn nieuwe materialen nog steeds goedkoper dan recycling.
In een bepaald project hebben we samen met de bouwheer gekozen voor het hergebruiken van een gigantische partij tapijttegels. We hebben deze gekuist, opgeslagen en hergebruikt. In de nacalculatie bleek dat deze 2,3 keer zo duur waren dan een nieuwe tapijtvloer.
We zien dan ook dat enkel de voortrekkers vanuit een ideologie kiezen voor circulair bouwen of het is voorgeschreven in grote aanbestedingen van prestigieuze openbare gebouwen.
Gunter Vandervoort: Ook Nelissen tracht het hergebruik van bakstenen te ondersteunen en promoten, maar de praktische haalbaarheid in dergelijke projecten staat onder druk. Het financieel belang primeert helaas nog te vaak op de echte duurzaamheidsgedachte. Tijd, geld en esthethiek zijn op dit moment nog steeds een grotere motivatoren dan duurzaamheid in de bouwsector. Deze stap 100% zetten zal pas kunnen zodra er een wettelijke verplichting komt of de overheid deze initiatieven ondersteunt.
Jurgen Vanelderen:
LG Beton is gespecialiseerd in de productie van prefab betonnen wanden, kolommen en balken, en andere prefab elementen. Wij gebruiken hiervoor streng gecontroleerde en gecertificeerde grondstoffen. De productie van hoogwaardig beton is gevoelig voor wijzigingen van deze grondstoffen en wij kunnen ons niet premitteren om zo maar bepaalde grondstoffen deels of volledig te vervangen door andere ingrediënten. Onze kwaliteitshandboeken en certificeringen zijn op dat vlak veeleisend en terecht. Anderzijds gebruiken we – wanneer de voorschriften het toelaten – circulaire grondstoffen, die op hun beurt dan ook moeten voldoen aan de strengste voorwaarden en certificeringen. We doen hierop dan ook extra controles. Wat betreft het transport van onze grondstoffen en afgewerkte producten loopt er momenteel een studie om meer per schip aan- en af te voeren. Ons voordeel is dat we twee productiesites hebben – Oudsbergen en Bree. De laatste ligt langs de Kanaalkaai wat uiteraard op dit vlak brede mogelijkheden geeft om hierop verder in te zetten. Het is een traject dat op diverse vlakken een uitdaging is. We hebben hiervoor dan ook de nodige interne en externe specialisten samengebracht.
Gunter Vandervoort: Ik verwijs opnieuw naar de economische realiteit. Wij merken vandaag wel al een groei in de vraag naar recuperatiematerialen en circulair bouwen. Eerlijkheidshalve moet ik wel toegeven dat we dit vooral in Nederland zien en dan nog specifiek bij overheidsopdrachten. Met andere woorden waar er ofwel een verplichting is of een budget om de meerkosten te dekken.
Tom van Opstal: In een groot dakproject waar circulair bouwen gevraagd werd en waarbij de verschillende dakbedekkingsmaterialen los op elkaar gelegd worden is de vraag over waterdichtheid en storm weerstand ter sprake gekomen.
We hebben voor deze methode nieuwe ATG’s moeten aanvragen wat ontzettend veel geld heeft gekost. Als er straks wat mis gaat blijft de aannemer, architect en producent verantwoordelijk binnen de oude bouwnormen en om deze reden zijn we al de materialen gaan verlijmen aan elkaar en aan de bouw. Ook deze regels zullen mee moeten evolueren als we straks circulair (cradle to cradle) gaan bouwen.
Ik ben wel voorstander van de mechanische bevestiging van isolatie en Soprema is hier klaar voor, echter de traditionele aannemer wil uit gewoonte nog blijven chappen.
Rik Van Com: Ik blijf van mening dat de overheid regels bedenkt vanuit een maatschappelijke noodzaak of verandering maar zelden kijkt naar de realiteit. Er zijn vandaag de dag nog andere uitdagingen in de bouw buiten duurzaamheid.
Redactie: "De renovatieplicht in Vlaanderen verplicht nieuwe eigenaars om hun woningen met een laag energielabel op te waarderen naar minstens label D binnen een aantal jaren. Tegelijkertijd vallen subsidies steeds vaker weg en blijven de energie-eisen voor renovaties minder streng dan die voor nieuwbouw. Dit roept de vraag op of het vanuit economisch en duurzaam perspectief niet verstandiger is om sommige oudere woningen volledig af te breken en opnieuw te bouwen, in plaats van kostbare en vaak complexe renovaties uit te voeren. Wat is uw visie hierop?
Bram Nickmans: Ik ben zeker voorstander om oude afgeleefde huizen af te breken en te vervangen door een nieuwbouw, maar dit lost de woningnood niet op natuurlijk. Indien de overheid de bouwvoorschriften zou willen versoepelen, zodat er twee of drie wooneenheden gebouwd kunnen worden op de grond waar het oude huis stond, zou dit de grondwaarde doen stijgen voor de verkoper en alzo tegemoetkomen aan de woningnood.
Roeland Mondelaers: De BTW verlaging naar 6% was aanvankelijk bedoeld voor mensen met lagere inkomens om hen te motiveren hun oude woning te renoveren. Maar al snel bleek dat de nieuwbouwmarkt hieronder begon te lijden.
Bram Nickmans: Ik pleit voor gezond verstand in de politiek om, in overleg met de bouw, juiste maatregelen te nemen die werken en niet zomaar met subsidies te gooien die later dan toch weer teruggeschroefd dienen te worden.
Jeroen Maesen: Iets wat gesubsidieerd moet worden is eigenlijk van nature niet financieel duurzaam en wordt dan om de verkeerde reden geïmplementeerd tot de subsidie stopt.
En misschien ligt de oplossing wel in het heruitvinden van wonen; als we niet langer eigenaar zijn van een woning en op jacht moeten gaan naar subsidies, maar juist gaan wonen in een SAAS-model, zoals we dit kennen in software, een soort leasing, met de garantie of verplichting om steeds de normering op vlak van duurzaamheid te volgen.
Gunter Vandervoort: Wij merken wel een verschuiving in de markt waarbij de huidige generatie particuliere bouwers het steeds moeilijker krijgt om een woning te realiseren en noodgedwongen kiest voor huren of andere oplossingen.
Redactie: CASCO staat voor Carbon Sink Construction en is een grensoverschrijdend project tussen Vlaanderen en Nederland, met als doel een ecosysteem te ontwikkelen voor het opschalen van het gebruik van lokale, natuurlijke en biobased bouwmaterialen. Is dit de toekomst?
Roeland Mondelaers: Ik geloof niet in biobased materialen zoals stro, waarbij je muren krijgt van een halve meter dik terwijl de woningen nu al te krap worden. Ook Kingspan heeft een isolatieplaat op basis van Hennep in haar gamma gehad maar is hiermee gestopt.
Gunter Vandervoort: Ik denk dat ook hier de economische haalbaarheid de doorslag zal geven in het succes van biobased bouwen. Als deze bouwwijze een waardig alternatief is, en financieel haalbaar is, dan heeft dit kans op slagen.
Bram Nickmans: Ik denk dat we zo in een evolutie zitten van kennen en kunnen dat we de duurzaamheidseisen op een andere manier moeten kunnen realiseren zonder dat we terug moeten grijpen naar oude bouwwijzen of biobased materialen.
Redactie: Het doel van de duurzaamheidseisen van de overheid is de uitstoot van CO2 te reduceren tot 0 of nog beter. Biobased bouwmaterialen die lokaal geteeld worden, hebben door hun eigenschappen een negatieve CO2 footprint. Dit kan je nooit halen met industrieel geproduceerde bouwmaterialen.
Roeland Mondelaers: Als we Hennepisolatie en synthetisch hardschuim isolatiematerialen met elkaar vergelijken, dan zien we dat de laatste even goed recycleerbaar zijn geworden en met groene energie vervaardigd worden. Het enige wat ze niet doen is CO2 capteren tijdens de productie ervan, terwijl hennep en andere biobased materialen dit wel doen.
Jeroen Maesen: Ik ben van mening dat er niet genoeg ruimte of landbouwgrond is voor het telen van gewassen die als biobased bouwmaterialen kunnen dienen. hetzelfde geldt voor de houtbouw: er kan nooit genoeg hout zijn voor de hele particuliere bouw.
Jurgen Vanelderen: Ik denk dat het een en/en verhaal moet zijn. Er zijn tegenwoordig heel wat producten in de markt die complementair zijn en vaak ook samen gebruikt worden. Zo combineren we bij Altez onze verschillende producten van Meco (staal) en LG (geïsoleerd beton) om de klant een ideale match te geven op gebied van prijs-kwaliteit, met de nodige aandacht voor het duurzaamheidsprincipe en de voorschriften hieromtrent. Hierin is het van belang op lange termijn met de bouwpartners mee te denken.
Redactie: Tot slot onderstrepen we de enorme uitdagingen waarmee de Europese bouwsector vandaag geconfronteerd wordt in haar transitie naar CO₂-neutraliteit.
Nieuwe regelgeving en ambities dwingen ons om fundamenteel na te denken over onze materiaalkeuzes, energiesystemen en bouwmethoden.
Tegelijkertijd toont het gesprek ook de kloof tussen ambitie en realiteit: technische-, economische- en infrastructuurfactoren vormen echte bottlenecks waarvoor innovatieve en integrale oplossingen nodig zijn.
Het is duidelijk dat duurzame bouw alleen kan slagen met een combinatie van beleid, technologische vooruitgang, marktacceptatie en economische realiteit .
Het debat blijft dan ook dringend en noodzakelijk, waarbij samenwerking tussen bouwprofessionals, beleidsmakers en industrie essentieel blijft om de gestelde klimaatdoelen te halen.