$show=home$type=grid$spc=1$sn=0$l=0$c=4$m=0

$show=home$type=carousel$h=90$t=0$cls=4$l=0

Debat parkeergarages

Parkeren draait almaar meer om user experience


Parkeren is een booming business. Overheden willen de auto uit het straatbeeld, gebouweigenaren verdringen de auto naar gebouwen om iedere vierkante meter van hun perceel maximaal te benutten. Voor de wagengebruiker is het allemaal goed, op voorwaarde dat de gebruikservaring hoog ligt. Die evolutie stelt nieuwe uitdagingen aan onze parkeeraccommodatie. Feit is echter dat het aantal partijen dat een goed uitgebouwde kennis over de materie heeft nog heel beperkt is. Voldoende stof dus om met enkele specialisten van gedachten te wisselen.







In Brussel liggen 5 concrete plannen voor parkeergebouwen op tafel, gemeentebesturen verplichten ondergrondse parkeerplaatsen in hun bouwvoorschriften om de parkeerdruk langs straat te verminderen, ziekenhuisbesturen kiezen almaar vaker voor parkeergebouwen in plaats van hectares vol auto’s rond hun ziekenhuis. Kortom, parkeergarages zijn aan een steile opmars bezig. Jurgen Wermenbol schrijft die groeiende populariteit toe aan ons wijzigend stedenbouwkundig inzicht. “We stappen af van lintbebouwing ten voordele van inbreidingsprojecten. Parkeergebouwen zijn dan een must om onze wagens nog kwijt te geraken.” Patrick Ingelbinck ziet ook de evolutie dat openbare besturen de pleinen terug aan de bewoners willen geven door de auto’s te verbannen naar ondergrondse parkings. “Omdat ze zelf niet het financiële draagvlak hebben om dergelijke parkings te bouwen en uit te baten, zoeken ze private partners om die taken over te nemen. Het gebeurt echter wel eens dat we moeten vaststellen dat de steden zich vergalopperen in dergelijke parkeerprojecten omdat ze de kostprijs en haalbaarheid verkeerd inschatten. Als uitbater van parkeergebouwen, kijken we naar het rendement. We willen de investering natuurlijk op een aanvaardbare termijn terugverdienen. En er zijn heel wat factoren die de haalbaarheid daarvan bepalen.”

Rigoureuze wetgever

Jeroen Maesen ziet in de hoge grondprijzen een bijkomende reden voor parkeergebouwen. “Eigenaren proberen het terrein zo optimaal mogelijk te gebruiken. Een nieuwe trend daarin is dat het dak almaar vaker functioneel wordt gebruikt. Bij autodealers zie je bijvoorbeeld dakparkings, kijk maar naar de nieuwe Porsche-concessie in Beringen of de uitbreiding bij van Osch in Hasselt. Je kunt heel wat auto’s kwijt op een dak. De tijd dat de concessiehouders daar een hectare grond voor bijkochten ligt achter ons. We krijgen almaar vaker de vraag om het dak of de ondergrond optimaal te benutten.” Waarom de auto’s niet gelijkvloers stallen en een gebouw op die parkeerplaats bouwen,” vraagt Ben Bomhals zich luidop af. “Omdat je de verdieping op maaiveldniveau kwalitatiever kunt gebruiken. Bovendien heeft een parking op gelijkvloers niveau ook nadelen. Maar het is een feit dat een ondergrondse parkeergarage niet goedkoop is. Daarom is een dakparking een dankbare oplossing,” repliceert Jeroen Maesen.

Jurgen Wermenbol vindt de huidige wetgeving nadelig voor dakparkings. “De bouwhoogtes zijn dikwijls te beperkt om het maximale uit het gebouw te halen. Een dakparking valt dan als eerste af. Terwijl het een enorme meerwaarde kan betekenen voor de ruimte rond de gebouwen, wanneer ze iets hoger gebouwd kunnen worden om de auto’s daar te stallen.” Volgens Jeroen Maesen is de wetgeving niet altijd mee in de tijdsgeest of is de overheid niet voldoende ruimdenkend. “We worden wel vaak verplicht een ondergrondse parking te voorzien in een gebouw. Ook wanneer het niet haalbaar is om op een comfortabele manier de garagekelder in te rijden. Het gevolg is dat de wagens toch langs straat staan en de kelder leeg blijft. Het zou zinvoller zijn te zoeken naar oplossingen op buurtniveau. Zo blijven de wagens uit het straatbeeld, terwijl je toch tegemoet komt aan de noden van de gebruikers.” Patrick Ingelbinck haalt Antwerpen aan als mooi praktijkvoorbeeld. “Daar heb je parkings die overdag gebruikt worden door bedrijven en waar bewoners ’s avonds hun wagens kwijt kunnen.” Alle gesprekspartners zijn het er over eens dat er nog uitdagingen voor de overheid liggen om onbenutte kansen op te pakken of flexibeler om te gaan met de regelgeving.

Bouwkundige uitdagingen

Wanneer we naar de grote steden kijken, is er een ruim aanbod aan parkeergelegenheid. Welke factoren overtuigen iemand om voor een bepaalde parkeergarage te kiezen?

“De voornaamste drijfveren om voor een parking te kiezen zijn de prijs, sociale veiligheid en de gebruikservaring,” stelt Patrick Ingelbinck. “De prijs is zonder twijfel de belangrijkste factor. Daarna komt het comfort. Dat kan in kleine dingen zitten: zoals het nummer van het parkeervak tegen de muur aanbrengen en niet op de grond onder de wagen. Andere voorbeelden zijn het eenvoudig in- en uitrijden, muziek in de garage of zelfs een aangename geur. Wat we ook zien is de trend naar XXL-parkeerplaatsen. De standaard parkeerplaatsbreedte evolueert van 2,5m naar 2,7m om de grotere luxewagens comfortabel kwijt te kunnen.”

Die ruimere parkeerplaatsen stellen wel bouwkundige uitdagingen. De ‘standaard’ parkeergarage is gemoduleerd op 7,5m, net voldoende om 3 parkeerplaatsen tussen twee kolommen kwijt te kunnen. Om grotere plaatsen te creëren, dienen de kolommen verder uit elkaar te staan. “En liefst van al zien we de garages natuurlijk zonder kolommen. Maar dat vraagt grotere overspanningen en dus een hogere dakopbouw. Dat is niet altijd economisch te verantwoorden,” aldus Patrick Ingelbinck.

Hans Thoelen werpt een andere uitdaging op: de waterdichtheid. “Vooral bij dakparkings is dat een uitdaging.” “Vaak kiest de aannemer of opdrachtgever voor een goedkope oplossing, maar die zijn doorgaans niet duurzaam. Voor een parkeergebouw met een afschrijving op 30 of 50 jaar is het verstandiger een keuze te maken met een lange levensduur,” stelt Jurgen Wermenbol. “Het totale dakconcept speelt een rol,” pikt zijn collega Christophe Vandyck in. “Bij een dakdichting in gietasfalt moet bij een renovatie de volledige opbouw gesloopt worden voordat de aannemer een nieuw parkeerdaksysteem kan opbouwen. Er bestaan echter systemen waarvan de waterdichting en afwerking aan de bovenzijde blijft. Zo is die altijd eenvoudig te herstellen of overlagen. Bij deze systemen is het wel van belang dat het materiaal een nieuwe aanhechting toelaat. Dergelijke technieken zijn beter voor het milieu en op lange termijn ook een financieel interessantere oplossing.”

Werken in bouwteam

Nik Subramanian stelt vast dat er nauwelijks of geen kennis is van parkeerconcepten. “Als ik met architecten waar ook in Europa praat, blijkt dat een parkeergarage voor hen het minst interessante aspect is om mee bezig te zijn. Dat heeft als gevolg dat de kennis van de materie heel beperkt is. Daarom hebben we vanuit de European Parking Association gewerkt aan een standaard. Dit is een checklist die je begeleidt in het ontwerpen van een functioneel en architecturaal parkeergebouw.” Jurgen Wermenbol beaamt dat de kennis in ons land beperkt is. “Nederland loopt wat dat betreft voor op ons. Ze hebben een norm voor parkeren. Die bevat heel wat waardevolle informatie over de grootte van bochten, de grootte van de parkeerplaatsen of de hellingsgraad van de hellingsbaan.” “De bovenliggende structuur is meestal van doorslaggevend belang voor wat we met de parkeergarage kunnen doen. Bovendien komen bij een parkeergarage heel wat technische aspecten kijken. Het is veel meer dan een kelder bouwen,” belicht Jeroen Maesen de visie van de architecten. Net omwille van de hoge techniciteit van een parkeergarage pleit Hans Thoelen voor het werken in bouwteam. De overige debattanten scharen zich achter die stelling. “Op die manier wordt kennis maximaal gedeeld en krijg je het best mogelijke resultaat.” Net om die reden is Interparking graag van in het begin in een investeringsproject betrokken. “Wanneer we pas en route in een project betrokken worden, moeten we al eens vaststellen dat er keuzes gemaakt zijn om de bouwkost te drukken, maar die hebben een negatief effect op de totaalwaarde van het parkeergebouw. Soms zit het in kleine details, zoals een kleurkeuze.”

Belangrijk voor het samenwerken in bouwteam is een goede vertrouwensband. “Alleen zo is er bereidheid om maximaal kennis te delen. Dan pas krijg je het beoogde resultaat: een goedkoper bouwconcept met minimale faalkosten,” meent Jurgen Wermenbol. Hans Thoelen ziet echter één probleem: “In de ontwerpfase weet je nooit wie wat zal uitvoeren. De hoofdaannemer denkt wel mee in het gebouwconcept, maar hij zoekt achteraf een onderaannemer die de verschillende loten uitvoert. Het idee van het bouwteam kan dus al verloren gaan in de klassieke planningsaanpak. Eigenlijk zou de onderaannemer mee in de geest van het bouwteam moeten denken.” Ook Valeska Meers is voorstander van zo’n vroege betrokkenheid van onderaannemers. “We wisselen graag ervaringen uit om doordachtere keuzes te kunnen maken. Vanuit die optiek zie ik de klassieke rol van het studiebureau technieken stilaan verdwijnen. De opdrachtgever geeft à la minute aan wat hij wil en het bouwteam denkt of bouwt hier dan rond. Zo krijgt de theorie onmiddellijk een praktische invulling. Een klassieke studie is vaak te theoretisch en te algemeen, waardoor de praktijk niet altijd aan de wensen van de klant kan worden afgestemd. Die vaststelling brengt dan weer de planning in gevaar. Wanneer onderaannemers in de ontwerpfase mee betrokken zijn, vermijd je die valkuilen.” Jeroen Maesen is het ermee eens dat in de voorbereidingsfase de nodige tijd is en dat het na de aflevering van de bouwvergunning snel moet gaan. “En dat is ook een bedreiging, want je hebt geen tijd meer om opties af te wegen. Die zouden dus allemaal in de aanloop doorlopen moeten zijn.”


Rendement vs totale eigenaarskost

Hoe beoordelen de opdrachtgevers vandaag de haalbaarheid van een parkeergarage en welke zijn hun ontwerpuitgangspunten?

“Alles staat of valt bij het rendement,” legt Nik Subramanian uit. “Op basis van het ingeschatte rendement beslissen we of we een project al dan niet realiseren. Vervolgens proberen we zoveel mogelijk van onze kwaliteitscriteria toe te passen in het concept. Het doel is de kwaliteitsstandaard zo hoog mogelijk te leggen binnen het vastgelegde investeringsbudget. Het is logisch dat we daarbij het laaghangend fruit eerst plukken. Denk daarbij aan maatregelen zoals een aangepaste coating met een positief effect op de totale eigenaarskost. Vervolgens komen technische installaties – bijvoorbeeld een lift al dan niet met glazen deur – of de signalisatie in het parkeergebouw. Ook de kolomstructuur bekijken we. Klanten haten die kolommen. Het is dus voor iedere investering afwegen of het loont de kolomstructuur ruimer te bemeten. Tot slot bekijken we of het financieel haalbaar is om in te spelen op trends zoals parkinginfo over internet. In dergelijke gevallen kun je bijvoorbeeld je parkeerplaats online reserveren voor je vertrek.”

De operations manager van Interparking wijst er ook op dat de uitbaters lange tijd een verkeerd beeld hadden over de verwachtingen omtrent de gebruikservaring bij de klant. “We hadden altijd de perceptie dat een parkeergarage een low envolvement product is. Maar dat blijkt helemaal niet waar te zijn. Het aantal volgers dat een Facebookpagina van een parkeergarage heeft, is daar een mooi bewijs van. Het gevolg is dat de kwaliteit van de parkings verbetert. Die trend is zo’n 10 jaar geleden ingezet. Voor uitbaters is een parking nu een eerste contactmoment met de klant. Ze willen die ervaring zo aangenaam mogelijk maken. Dat betekent bijvoorbeeld dat we meer aandacht besteden aan de architectuur. We willen een beleving maken van het parkeren.”

Die evolutie betekent ook dat de opdrachtgever soms bewust kiest voor een hogere total cost of ownership (TCO). “We hebben altijd gedacht dat een lagere TCO en hoger rendement oplevert. Maar vanuit gebruikservaring moet je die redenering soms los laten. Zo is het al gebeurd dat we op vraag van de investeerder alle kabels in de betonnen vloerplaten hebben ingewerkt om een strak uitzicht te krijgen. Maar, voor alle duidelijkheid: dergelijke keuzes maak je alleen voor de topproducten.”

Multifunctionele parkeergebouwen

Het bouwbudget voor een parkeergebouw is zelfs voor de professionele groepen geen vast gegeven. “Dat is afhankelijk van de stad, de ligging van de parking. Al die factoren bepalen het parkeertarief en dus het rendement wat we op de investering kunnen halen. Voor bepaalde parkeergebouwen krijgen we dus een lager bouwbudget om het beoogde rendement te halen. Er is dus een concreet verschil tussen bouwen in Delft of een Oost-Europese stad,” duidt Nik Subramanian. Jurgen Wermenbol oppert om in te zetten op de multifunctionaliteit van de parkeergebouwen. Zo kunnen ze ook op andere manier geld opbrengen. Hij haalt het nieuwe parkeergebouw van het Ziekenhuis Oost-Limburg aan. Daar ligt dak vol pv-panelen, goed voor 2% van de totale elektriciteitsbehoefte van het ziekenhuis. Nik Subramanian geeft aan dat een ontwikkelaar de ambitie heeft om op de Scheldekaaien een parking te bouwen die ook als feestzaal gebruikt kan worden. “Zelf organiseren we bijvoorbeeld een beach bar in Parking 58 in Brussel. Dat verhoogt ook het rendement”. Patrick Ingelbinck geeft een gelijkaardig voorbeeld met een brocantemarkt.

Staal of beton?

Zoeken de ontwerpers naar een nieuwe bouwmethode om de bouwkost te beheersen? Kan staal een goed alternatief zijn voor beton?

“Iedere garage is anders,” stelt Hans Thoelen. “In een bestaande betonstructuur is staal dankbaar om aanpassingen door te voeren. Beton heeft zijn goede brandweerstand als troef.” “Voor ondergrondse parkeergebouwen heb je geen andere keuze dan beton,” vult Ben Bomhals aan. “En wanneer de brandweerstand bovengronds 2 uur moet zijn, is ook hier beton het enige alternatief.” Op esthetisch vlak is staal misschien flexibeler dan beton. Volgens Jeroen Maesen is het brandtechnische aspect altijd doorslaggevend. Een parkeergebouw in staal kan dan enkel wanneer we de wanden open kunnen laten.” Jurgen Wermenbol brengt de rol van coatings bij brand onder de aandacht. “Epoxyproducten voldoen niet aan de norm. Bij brand zorgen ze voor een sterke en giftige rookontwikkeling. Dat maakt het onmogelijk om de vluchtweg te vinden.” Volgens Christophe Vandyck maken ziekenhuizen hier een aandachtspunt van. “Ze streven naar de hoogst mogelijke veiligheid, zowel voor brandverspreiding, rookontwikkeling als warmteontwikkeling.” Ook Geenard Elektro denkt mee in die richting. Valeska Meers: “We voorzien in gebouwen met een publiek karakter – wat een parking ook is – standaard halogeenvrije bekabeling. Die bekabeling geeft bij brand niet-corrosieve en doorschijnende verbrandingsgassen. Zo is verstikking uitgesloten en vinden de gebruikers toch nog hun weg naar de vluchtgang.” De verschillende interpretatie en toepassing van de brandnormen, zijn Nik Subramanian een doorn in het oog. “Dat is een risicofactor in de ontwikkeling van parkeergebouwen in België.”

Een vaststelling: in de ons omringende laden zien we meer bovengrondse parkeergebouwen dan in België. Wat is daarvoor de reden? “Bovengrondse gebouwen zijn politiek moeilijk verkoopbaar,” antwoordt Nik Subramanian. “Alleen wanneer er geen woningen in de onmiddellijke buurt zijn, kan het. Kijk maar naar de nationale luchthaven.” Patrick Ingelbinck stelt dat bovengrondse oplossingen veel interessanter zijn. “Om te beginnen ligt de bouwkost al de helft lager.” Christophe Vandyck verwacht toch een verdere groei in parkeergebouwen. Een voorloper hierin zijn ziekenhuizen. Ze zetten sterk in op dit soort parkeeroplossingen omwille van de voordelen: kostprijs, brandnormering, de mogelijkheid tot uitbreiding in de hoogte. Wel vertrekkende vanuit een goed totaalconcept dat rekening houdt met duurzaamheid en onderhoud op lange termijn.” Nik Subramanian heeft zijn twijfels. “En wel omdat je in alle grote Europese steden net de omgekeerde beweging ziet. De parkeergebouwen uit de jaren ‘70 en ’80 moeten er allemaal plaats ruimen.”
Tekst: TiM Vanhove  Fotografie: Marc Sourbron


Valeska Meers, Bestuurder Geenard Elektro: “Een onderaannemer kan in een bouwteam gericht oplossingen bieden op de vragen van de opdrachtgever. Zo krijgt de theorie onmiddellijk een praktische invulling”














Hans Thoelen, Senior projectleider: “Ook voor de bouw van een parkeergebouw is een bouwteam een geschikt uitgangspunt: kennis wordt maximaal gedeeld en je krijgt het best mogelijke resultaat.”










Ben Bomhals, Account manager regio Oost voor Stadsbader: “Beton is vaak het enige alternatief voor de bouw van een parkeergebouw, zeker wanneer brandveiligheid een issue is.”










Jurgen Wermenbol, Commercieel directeur Triflex: “De huidige stedenbouwkundige regelgeving is nadelig voor dakparkings. Die kunnen nochtans een meerwaarde bieden voor het totale terrein omdat de wagen uit het zicht verdwijnt.”









Christophe Vandyck, Business development manager Triflex: “De keuze van de juiste dakdichting biedt alleen maar voordelen: een lagere onderhoudskost, een hogere duurzaamheid, …”









Patrick Ingelbinck, Commercieel directeur Apcoa Parking: “De voornaamste drijfveren om voor een parking te kiezen zijn de prijs, sociale veiligheid en de gebruikservaring.”









Jeroen Maesen, Architect-vennoot MaMU Architects and more: “De wetgever is niet altijd mee in de tijdsgeest. Daardoor blijven kansen onbenut om met creatieve parkeeroplossingen meerwaarde te bieden voor alle betrokkenen.”










Nik Subramanian, Group Operations Manager Interparking: “De kennis van parkeerconcepten bij architecten is beperkt. Om dat euvel te counteren hebben we vanuit de European Parking Association een checklist opgesteld om tot functionele en architecturale parkeergebouwen te komen.”

$type=three$au=0$cm=0$c=9$p=1$show=https://bouwprof.blogspot.com/p/events.html

$type=three$au=0$cm=0$c=9$p=1$show=https://bouwprof.blogspot.com/p/nieuws.html

[OPMERKELIJK]_$show=post$type=sticky$c=4$l=1$icon=1$m=0$h=318

[OPMERKELIJK]_$show=home$type=sticky$c=4$l=1$icon=1$m=0$h=318

[PRODUCTEN IN DE KIJKER]_$show=home$type=slider$sn=0$l=0$m=0

Naam

Architecten,10,BouwArena,20,BouwProfs,36,Events,21,Magazine,151,Nieuws,69,nieuwsbrief,5,Opmerkelijk,33,Producten,13,Start,1,
ltr
item
Limburg Bouwt: Debat parkeergarages
Debat parkeergarages
http://2.bp.blogspot.com/-_2JcIXSQQiA/VSuEMw5t_qI/AAAAAAAARbc/W-o1H0cy6HI/s1600/PG%2BParking-4430-0315.jpg
http://2.bp.blogspot.com/-_2JcIXSQQiA/VSuEMw5t_qI/AAAAAAAARbc/W-o1H0cy6HI/s72-c/PG%2BParking-4430-0315.jpg
Limburg Bouwt
https://www.limburgbouwt.be/2015/04/debat-parkeergarages.html
https://www.limburgbouwt.be/
https://www.limburgbouwt.be/
https://www.limburgbouwt.be/2015/04/debat-parkeergarages.html
true
4477459768300403125
UTF-8
Alle updates Geen zoekresultaten TOON ALLE Lees meer Beantwoorden Cancel antwoord Delete door Home PAGINA'S UPDATES Bekijk alles VOOR U AANBEVOLEN Rubriek Archief ZOEKEN ALLE UPDATES Geen zoekresultaten Terug Home Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zon Maa Din Woe Don Vrij Zat Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Jan Feb Maa Apr Mei Jun Jul Aug Sep Okt Nov Dec zojuist 1 minuut geleden $$1$$ minutes ago 1 uur geleden $$1$$ hours ago Gisteren $$1$$ days ago $$1$$ weeks ago meer dan 5 weken geleden Volgers Volg THIS PREMIUM CONTENT IS LOCKED STEP 1: Share. STEP 2: Click the link you shared to unlock Copy All Code Select All Code All codes were copied to your clipboard Can not copy the codes / texts, please press [CTRL]+[C] (or CMD+C with Mac) to copy