$show=home$type=grid$spc=1$sn=0$l=0$c=4$m=0

$show=home$type=carousel$h=90$t=0$cls=4$l=0

Dossier Kantoorinrichting: "Evenwichtsoefening tussen normen en beleving"

Hoe maak je van een kantoor een aangename en productieve werkomgeving? En in hoeverre staan normen en stereotype denkpatronen het creëren van het ideale kantoor in de weg? 
Het antwoord op die vragen was de inzet van een debat kantoor-inrichting. Limburg Bouwt verzamelde hiertoe enkele specialisten uit de sector bij Polo Architects in Antwerpen. 

Tekst: TiM Vanhove, Fotografie: Marc Sourbron




Wetgeving en normen zijn vaak een leidmotief voor architecten bij het ontwerpen van een gebouw. Hoe zit dat bij de inrichting van een kantooromgeving? In hoeverre zijn de ‘spelregels’ hier bepalend?

Dirk Delaruelle huivert bij het horen van het begrip ‘normen’. “Voor mij komen ze zeker niet op de eerste plaats. Zelf ben ik ergonoom en wanneer ik naar de hedendaagse kantoorinrichtingen kijk, heb ik het gevoel dat de opdrachtgevers en ontwerpers het begrip ergonomie nauwelijks of niet kennen. Een gebruiksvriendelijke kantoorinrichting groeit volgens mij vanuit de verwachting van een medewerker op vlak van licht, geluid, zitcomfort en dergelijke dingen en dit binnen de krijtlijnen die de werkgever bepaalt. Wanneer we vanuit die kennis vertrekken zijn de normen op het einde van de rit enkel nog nodig om bepaalde elementen af te toetsen. En dan nog geef ik er de voorkeur aan om zeker voor het meubilair met de Nederlandse Praktijk Richtlijnen (NPR) of normen (NEN) te werken, eerder dan met de Belgische. De Nederlandse tegenhangers zijn minder eng dan de onze.”


Hans Lambrechts pikt in: “Een norm is geen wet, maar een aanbeveling. Er zijn veel wegen die naar het doel leiden. En dat is uiteindelijk een tevreden eindklant.” Volgens Ludo Thijs geeft een norm vooral minimale eisen aan. Het komt er toch op aan die zelf concreet in te vullen. Als ik bijvoorbeeld kijk naar de ventilatienorm: die schrijft een debiet tussen 30 en 75m³/h/p voor. Het is uiteindelijk aan de ingenieur om daar een correct getal op te kleven.” Voor Dirk Delaruelle is iedere situatie anders. “Dat zou dan ook het uitgangspunt voor een kantoorontwerp moeten zijn, maar in België streven we toch sterk naar een standaard. Maar dat werkt niet, want de mensen aan die bureaus zijn allemaal verschillend en ze doen ook andere jobs. Die conflicten, of verwachtingen van de gebruikers, moet je inschatten voor je aan een ontwerp begint. Het is aan de ergonoom om de opdrachtgever en de ontwerpers daar op te wijzen. Maar het is vrij uitzonderlijk dat een ergonoom wordt betrokken bij een kantoorinrichting. Het eindresultaat, zeg maar het beste compromis, zou heel wat beter kunnen wanneer ergonomen aan het begin van het traject inspraak zouden hebben.”




Boerenverstand gezocht Anthony Schrauwen voelt een contradictie. “Wanneer het op de technische aspecten aankomt, staan de normen wel op de eerste plaats. Zeker wanneer de eindgebruiker tijdens de ontwerp- of bouwfase niet gekend is, heeft de architect zich aan een pakket normen te houden om het kantoor verhuur- of verkoopbaar te houden. Want een kandidaat zal in eerste instantie altijd nagaan in hoeverre het kantoor aan de geldende normen voldoet. En dat staat helemaal los van zijn behoeften. Want daar kunnen zich zelfs conflicten stellen bij de uiteindelijke invulling van de kantoorruimte.” 




Paul Swolfs maakt dat duidelijk met een voorbeeld uit de verlichting. 
“Het bepalen van kantoorverlichting draait van begin tot eind om normen: er moet een bepaald luxniveau gehaald worden op het werkblad of er is een bepaalde oppervlakteverlichting nodig. Maar het invullen van die eisen staat haaks op het streven naar energievriendelijkheid. Weinig eindgebruikers besteden aandacht aan het verzoenen van beide aspecten.” Ludo Thijs werpt een voorbeeld op waar Daikin een landschapskantoor invulde met airco. “Uiteindelijk koos de gebruiker ervoor met kleine kantoren te werken. Gevolg: het airco-concept klopte helemaal niet meer.” Volgens Anthony Schrauwen tonen deze voorbeelden aan dat de normen zelden compatibel zijn met wat de eindgebruiker wil. “Bovendien wordt er te weinig boerenverstand gebruikt bij het ontwerp van een kantoor.”


“Da’s niet vanzelfsprekend,” meent Mauro Poponcini. “Normen draaien om cijfers. Wat je in cijfers kunt uitdrukken is voor rede vatbaar. Een mooie kantoorbeleving kun je echter niet in cijfers uitdrukken. Dat maakt het heel moeilijk voor de opdrachtgever. Nochtans blijkt uit een studie dat je medewerkers beter aan je bedrijf kunt binden door ze een aangename werkomgeving te bieden. Een medewerker verblijft minimaal 8 uur per dag op kantoor, daar moet dus een zekere belevingswaarde aan kleven. Kijk naar bedrijven als Facebook of Google die van hun kantoor een kwalitatieve woonomgeving maken. Dat staat vaak haaks op de geldende normen. En weinig ontwerpers staan ook stil bij de verwachtingen van de eindgebruiker.


Ons kantoor heeft het Vlaams Administratief Centrum in Gent ontworpen. Dit was het voorlaatste VAC en toch waren wij de eerste ontwerper die vroegen om de gebruikers te mogen bevragen naar hun verwachtingen bij hun werkplek.”


Leefbare kantoorwereld
Aan welke verwachtingen moet een kantoorruimte voldoen om een aangename werkplek te zijn?
Ben Goossens meent dat de ruimte in de basis vooral flexibel moet zijn. “De gebruikers van vandaag hebben heel andere verwachten dan die van over 20 jaar. De ruimte moet daar op kunnen inspelen. Heel wat architecten proberen dan ook al die flexibiliteit te koppelen aan een intelligent gebouw met een sterke identiteit.” Mauro Poponcini merkt op dat een kantoor buiten de 9-to-5-mentaliteit evolueert. “Mensen komen met de fiets en willen zich douchen voor aan het werk te beginnen, om de mobiliteitsproblemen te counteren, worden almaar vaker ontbijtvergaderingen georganiseerd. Ook daar moet het kantoor op voorzien zijn. En als je naar grote wereldsteden zoals New York of Singapore kijkt, daar brandt het licht altijd. Niet alleen omdat het bedrijf over de hele wereld zaken doet, maar ook omdat medewerkers de ruimte krijgen om te werken wanneer het hen past en dat in een omgeving die daar is op afgestemd.” Paul Swolfs erkent dat de inrichting in belangrijke mate stimuleert om buiten het klassieke 9-to-5-patroon te werken. “Microsoft Nederland heeft zijn kantoor in die zin opgevat dat het de medewerkers stimuleert buiten de reguliere tijdstippen te werken. Het hele kantoor is een leefbare wereld. Alles in de ruimte draagt daar mee toe bij: van het meubilair tot de verlichting. Zoiets kan natuurlijk alleen als de eindgebruiker vooraf gekend is. In landen als Duitsland, Zwitserland of Frankrijk lost men dat in projectontwikkeling op door een basisverlichting te voorzien en later bij ingebruikname met specifieke werkplekverlichting te werken, bijvoorbeeld een stalamp bij het bureau. Zoiets kan in ons land niet, omdat de norm te strenge basiseisen stelt.”

Karasek-model
Anthony Schrauwen stelt dat een gebouw de intelligente ruïne hoort te zijn zoals bOb Van Reeth vooropstelt. “Zo kun je door de jaren heen met de structuur doen wat nodig is. Het zal evenwel altijd moeilijk blijven om eender welke kantoorbeleving te creëren, want hoe je het ook draait of keert er zullen altijd regels gerespecteerd moeten worden.”

Volgens Alain Weygers hebben onze kantoren de afgelopen 10 jaren een hele evolutie doorgemaakt. “De sfeer is veel aangenamer geworden. Niet onlogisch, want een kantoor moet bijdragen in het aantrekken van medewerkers.” Niet alleen in het aantrekken meent Mauro Poponcini. “Mensen zullen ook gemakkelijker langer werken of buiten de reguliere kantooruren willen werken. Probleem in de conceptfase is dat je dat rendement niet kunt becijferen. De ontwikkelaar kan dus onmogelijk aan zijn huurder of koper bewijzen dat zijn medewerkers liever zullen komen werken dankzij de inrichting.”



Volgens Dirk Delaruelle kan het ‘Demand-Control’ model van Karasek wel helpen om een inrichting naar waarde te schatten. “Dit is veruit het bekendste model over werkdruk en stress. Het beschrijft de hoogte van de taakeisen (demand) en de eigen ruimte om hierin te sturen (control). Hoeveel te meer een kantoorruimte de mogelijkheid biedt om te sturen, des te hoger het rendement in de omgeving gevaloriseerd kan worden.”

Invloed labels
Naast de normen laten heel wat investeerders zich ook leiden door labels allerhande. Denk maar aan BREEAM, HQE, LEADS, … In welke mate spelen dergelijke labels een rol in de kantoorbeleving?

Anthony Schrauwen stelt vaak geconfronteerd te worden met dergelijke labels. “Het grote probleem is echter dat de bedenkers van deze labels nauwelijks of niet overleggen met de schrijvers van de normen. Je ziet heel vaak dat eisen in normen vaak haaks staan op de eisen om een label te halen. Ik haal het ventilatiedebiet als voorbeeld aan. Volgens de EPB-regelgeving moet je in een kantoorruimte 23m³/h ventileren, BREEAM eist dan weer 55m³/h. Kortom, de eisen van normen en labels zijn niet op elkaar afgestemd.

Een slimme ingenieur kan het gebouw wel zo berekenen dat het zowel aan de EPB-eisen voldoet en aan de normen om een label te halen. Het zal alleen geen praktisch gebouw zijn. Als fabrikant hebben we hier toch een taak om er met onze kennis voor te zorgen dat het gebouw niet alleen aan de eisen voldoet, maar ook goed functioneert.”

Dominique Goven klaagt het feit aan dat de labels hun doel intussen al voorbij streven. “BREEAM is een fantastisch systeem dat zeer breed naar de duurzaamheid van een gebouw kijkt: energiehuishouding, materiaalgebruik en een gezond binnenklimaat. Maar vandaag stel je vast dat er naar een prestatie wordt toegerekend. Dat kan bijvoorbeeld inhouden dat een hoge score op energiehuishouding een lage score op binnenklimaat compenseert, en je toch de verwachte rating haalt en dat is jammer.”
Mauro Poponcini ziet twee stromingen bij de ontwikkelaars. “Je hebt er die koste wat kost voor het ingaan van strengere eisen of regelgeving nog een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag willen indienen om de extra kosten te vermijden. Daarnaast merken we toch ook een andere stroming die bewust wacht met de projectontwikkeling tot na de invoering van de strengere eisen en dan probeert om beter te doen dan de eisen. Zij denken daarmee op lange termijn.”

Ludo Thijs ziet op de huurmarkt veel leegstaande, bestaande kantoren. “Omdat ze niet meer aan de eisen voldoen. De huurders stellen hogere eisen en het is voor de eigenaars eenvoudiger om die eisen in een nieuwbouw te realiseren dan via een dure renovatie.” Anthony Schrauwen beaamt. “Het probleem van heel wat huurders is dat ze voor hun imago een gebouw moeten huren dat conform de geldende gewoonten is.”


Gelabeld meubilair
“De labels voor de gebouwen worden wel hoog aangeschreven. Maar ligt er ook iemand wakker van meubilair? Bestaan daar ook labels voor,” vraagt Dirk Delaruelle zich af.
Volgens Ben Goossens zijn die labels vaak een fake verhaal, door fabrikanten zelf verzonnen en toegekend. “Vaak op basis van een functie die een stoel heeft.” Birgit Stulens ziet een nieuwe stroming. “Er zijn vandaag al fabrikanten met een andere visie, die aandacht besteden aan maatschappelijk verantwoord ondernemen of eco design, bijvoorbeeld door lokaal te produceren.”

Dominique Goven trekt dat maatschappelijk ondernemen door naar het volledige gebouw. “Gezien de gebruiker in het begin van de bouwfase niet gekend is, moeten we naar een duurzaam casco dat voldoet aan de eisen van een goede energiehuishouding (dixit Mauro Poponcini). Het interieur voeg je later toe en dat verandert een aantal keren gedurende de levenscyclus van het gebouw. Als fabrikant van interieurproducten moet je dus klaar zijn om met deze grondstoffenbank om te gaan in de zin van ontmantelen en verzamelen van materialen en ze opnieuw inzetten.”

Volgens Birgit Stulens is er al intelligent meubilair. “Je kunt het restylen door er een nieuwe bekleding over te trekken. De functionele delen kun je gewoon bewaren. Daar schuilt overigens een belangrijk probleem in kantoormeubilair. Een pc schrijf je op 3 jaar af en vervang je, maar het meubilair moet ermee door tot het op de draad versleten is.” Ben Goossens geeft toe dat je de materialen van kantoormeubilair perfect opnieuw kunt gebruiken. Hij vraagt zich alleen af waar de zinvolle grens ligt. “Ahrend heeft een tijdje aan ‘pimping’ van meubilair gedaan. Je kon het terug naar de fabriek sturen om het opnieuw te laten lakken. Maar dat is je reinste waanzin. Het is logischer en beter om die materialen te hergebruiken voor nieuwe doeleinden.”

Alain Weygers meent dat de maatschappij hier dan wel klaar voor moet zijn. “Dergelijk hergebruik zou bij wet vastgelegd moeten worden.” “Een andere piste is dat de overheid ecologische betere producten minder zou belasten,” repliceert Ben Goossens.


Flexibele ontmoetingsplek
Uit het debat hebben we al opgestoken dat een kantooromgeving stimulerend moet zijn voor de medewerkers. Welke functies kunnen daar toe bijdragen?

Alain Weygers stelt vast dat zijn firma vandaag geen kantoren meer inricht zonder koffiehoek, kleine kitchenette of rustige werkplekken. “Een bar is al uitzonderlijker. Maar die kun je ook dubbel gebruiken: om klanten te ontvangen en om met de medewerkers de werkweek af te sluiten.” Ben Goossens ziet meerdere ruimtes polyvalenter worden. “Een refter is vandaag niet meer uitsluitend bedoeld om te lunchen, maar dient ook als vergaderruimte.”

Collega Eli Ducès heeft een ervaring in Nederland waar het kantoor-denken helemaal op z’n kop werd gezet. “De fysieke werkplek was er een ontmoetingsplek om te overleggen of te vergaderen. Het echte werk konden de medewerkers thuis presteren.”



Mauro Poponcini geeft aan dat je in een kantoor moet kunnen rondlopen. “Soms zitten medewerkers in een afgesloten ruimte, bijvoorbeeld een labo, of hebben ze om een andere reden geen kwalitatief uitzicht op de buitenomgeving. In dergelijke gevallen moet je van de tocht naar de koffiehoek of het toilet een beleving maken. Of de refter op het dak inrichten, zodat ze toch ’s middags van het uitzicht kunnen genieten.”

Ergonoom Dirk Delaruelle merkt op dat de mogelijkheid tot beweging vandaag een probleem is in de klassieke kantoren. Bovendien wordt de concrete inrichting vaak bepaald door de jobinhoud. “Bij sommige functies zijn flexwerkplekken mogelijk, andere medewerkers hebben een vaste stek die ze dagelijks bezetten.” “Ook de omvang van het bedrijf speelt een rol,” meent Eli Ducès. “Bij een klein bedrijf zie je minder snel nieuwe werkvormen dan bij een grote onderneming.”

Birgit Stulens merkt op dat er tegenwoordig weinig contact is tussen de medewerkers van verschillende afdelingen. “Ze zitten fysiek van elkaar verwijderd, waardoor er geen overleg is. Die betrokkenheid tussen afdelingen kun je wel weer verhogen door toevallige ontmoetingsmogelijkheden te creëren, bijvoorbeeld een koffiehoek of copycorner.”

Mauro Poponcini besluit door te stellen dat je de duurzaamheid van een kantoor niet in vierkante meters kunt vatten. “er is ook een factor tijd. In grote wereldsteden leeft de stad dag en nacht. Op dat vlak moeten we een voorbeeld durven nemen aan de Nederlandse ontwerpmentaliteit en meer out of te box durven denken door zelfs de vraag in vraag te stellen. Zo begeleiden we de opdrachtgever beter naar een kantoor dat aan de behoeften van zijn medewerkers voldoet.”



Bea Geboers: interieurarchitecte – Polo Architects











Martine Driesen: Consultant – LCC plafonds




$type=three$au=0$cm=0$c=9$p=1$show=https://bouwprof.blogspot.com/p/events.html

$type=three$au=0$cm=0$c=9$p=1$show=https://bouwprof.blogspot.com/p/nieuws.html

[OPMERKELIJK]_$show=post$type=sticky$c=4$l=1$icon=1$m=0$h=318

[OPMERKELIJK]_$show=home$type=sticky$c=4$l=1$icon=1$m=0$h=318

[PRODUCTEN IN DE KIJKER]_$show=home$type=slider$sn=0$l=0$m=0

Naam

Architecten,10,BouwArena,20,BouwProfs,36,Events,21,Magazine,152,Nieuws,69,nieuwsbrief,5,Opmerkelijk,34,Producten,13,Start,1,
ltr
item
Limburg Bouwt: Dossier Kantoorinrichting: "Evenwichtsoefening tussen normen en beleving"
Dossier Kantoorinrichting: "Evenwichtsoefening tussen normen en beleving"
http://2.bp.blogspot.com/-Bzk4eMW9irs/VJGCAcyRHBI/AAAAAAAAAIk/9xg4NqVexu0/s1600/PG%2BKantoor-5845-0214.jpg
http://2.bp.blogspot.com/-Bzk4eMW9irs/VJGCAcyRHBI/AAAAAAAAAIk/9xg4NqVexu0/s72-c/PG%2BKantoor-5845-0214.jpg
Limburg Bouwt
https://www.limburgbouwt.be/2014/12/debat-kantoorinrichting.html
https://www.limburgbouwt.be/
https://www.limburgbouwt.be/
https://www.limburgbouwt.be/2014/12/debat-kantoorinrichting.html
true
4477459768300403125
UTF-8
Alle updates Geen zoekresultaten TOON ALLE Lees meer Beantwoorden Cancel antwoord Delete door Home PAGINA'S UPDATES Bekijk alles VOOR U AANBEVOLEN Rubriek Archief ZOEKEN ALLE UPDATES Geen zoekresultaten Terug Home Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zon Maa Din Woe Don Vrij Zat Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Jan Feb Maa Apr Mei Jun Jul Aug Sep Okt Nov Dec zojuist 1 minuut geleden $$1$$ minutes ago 1 uur geleden $$1$$ hours ago Gisteren $$1$$ days ago $$1$$ weeks ago meer dan 5 weken geleden Volgers Volg THIS PREMIUM CONTENT IS LOCKED STEP 1: Share. STEP 2: Click the link you shared to unlock Copy All Code Select All Code All codes were copied to your clipboard Can not copy the codes / texts, please press [CTRL]+[C] (or CMD+C with Mac) to copy